|
De opleiding
Onderwijsdirecteur: dr. M. (Martine) van Selm
Secretaresse: mw. S. (Saloa) Omari
Studieadviseurs: mw. S. (Sarah) de Jong MA, dhr. drs. I.G. (Ivar) Klinkenberg, mw. A.F. (Anke) Koopmann MSc en mw. drs. M.S. (Mieke) Sillekens
Studieobject & arbeidsmarktperspectief
De bachelor Communicatiewetenschap is een zelfstandige academische opleiding die zich tot doel stelt studenten academisch te vormen, en hen vertrouwd te maken met de grondslagen van de communicatiewetenschap en communicatiewetenschappelijk onderzoek over de breedte van het vakgebied. Na de bachelor kunnen studenten een aansluitende, specialistische masteropleiding tot academisch professional of professioneel onderzoeker gaan volgen, doorstromen naar een traineeship bij overheid of bedrijfsleven, of een baan op bachelorniveau zoeken op de arbeidsmarkt.
De bacheloropleiding Communicatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam richt zich op de productie, inhoud, receptie en effecten van (semi-)openbare gemedieerde communicatie in haar maatschappelijke context. Voorbeelden daarvan zijn de maatschappelijke nieuwsvoorziening, waarbij journalisten mediëren tussen informatiebronnen en het publiek; reclame- en voorlichtingscampagnes, waarbij zenders zich via gedrukte of elektronische media tot hun publieken richten; entertainment programma's, waarbij ontvangers media gebruiken om een deel van hun vrije tijd op een aangename manier vorm te geven; en online fora, waar burgers elkaar virtueel ontmoeten.
De rol, betekenis en schaal van deze vormen van gemedieerde communicatie neemt in onze samenleving met sprongen toe. Mensen zijn via moderne media in real-time op de hoogte van gebeurtenissen in verafgelegen gebieden. Virtuele sociale netwerken overschrijden traditionele sociale en geografische grenzen. Ieder individu kan via de media in zijn of haar particuliere informatie- en entertainmentbehoefte voorzien. En in de moderne politiek, economie en samenleving zijn de informerende, vermakende, overtuigende en samenbindende rol van media niet meer weg te denken. Studenten van de bacheloropleiding Communicatiewetenschap bestuderen de oorzaken en vooral gevolgen van deze toename, zowel voor de maatschappij, als voor zenders en ontvangers. Hoe worden belangrijke politieke issues in het nieuws gepresenteerd, wat leren mensen daarvan, en wat betekent dat voor hun steun, of het ontbreken daarvan, voor beleidsmaatregelen? Welke rol spelen media in verkiezingstijd? Draagt het groeiende media-aanbod bij aan de toenemende verruwing, individualisering, of zelfs sociaal isolement? Welke rol hebben (nieuwe) media in het leven van jongeren en hoe doe je hier onderzoek naar? Op welke wijze raken informatie en entertainment steeds meer met elkaar vervlochten? Hoe kun je mensen het beste over gezondheidsvraagstukken informeren? Dit zijn het soort professionele en maatschappelijke vraagstukken waar bachelorstudenten Communicatiewetenschap zich tijdens hun studie vanuit wetenschappelijk perspectief mee bezighouden.
De Amsterdamse bacheloropleiding Communicatiewetenschap is een sociaalwetenschappelijke opleiding. Communicatieprocessen en media worden in hun sociale (individuele, organisationele, maatschappelijke, politieke en economische) context bestudeerd. In het onderwijsprogramma wordt expliciet aandacht besteed aan de sociaalwetenschappelijke wortels van de communicatiewetenschap. Studenten worden met een breed scala aan thema's, theorieën, methoden en vaardigheden geconfronteerd. Kennis en vaardigheden worden in het onderwijs geïntegreerd en bovendien verbonden met relevante professionele en onderzoekspraktijken. In het bacheloronderwijs worden maatschappelijke en professionele vraagstukken als uitgangspunt genomen; studenten analyseren deze vraagstukken met behulp van de aangeboden kennis en vaardigheden. Studenten zijn daardoor in staat na de bachelor een eigen bijdrage aan de beroepspraktijk te leveren door problemen op basis van verworven theoretische en methodologische kennis analytisch en empirisch in kaart te brengen en suggesties voor oplossingen te doen.
Functies die goed aansluiten bij de opgedane inzichten en vaardigheden liggen op het terrein van communicatieonderzoek (ondersteuning bij media-, markt- en opinieonderzoek), communicatieadvies (beleidsmedewerker bij de overheid of op communicatieafdelingen van bedrijven) of management (bijv. ondersteunende staf in mediaorganisaties).
Eindtermen
Communicatiewetenschappelijke kennis en inzicht. De bachelor kent en begrijpt belangrijke communicatiewetenschappelijke theorieën over de breedte van het vakgebied; kan processen van gemedieerde communicatie in theoretische termen analyseren; kan daarbij relevante ethische en maatschappelijke aspecten bespreken.
Onderzoekskennis en -bekwaamheden. De bachelor heeft aantoonbare kennis van en inzicht in de gangbare wijzen waarop binnen het vakgebied onderzoek wordt verricht, de onderdelen van het onderzoeksproces, en de gangbare methoden en technieken van onderzoek. De bachelor kan binnen een aangereikt kader processen van gemedieerde communicatie empirisch onderzoeken.
Academische vaardigheden. De bachelor kent de academische regels, routines en conventies met betrekking tot het verzamelen en presenteren van informatie en kan die zelfstandig toepassen. De bachelor kan op een basisniveau van complexiteit binnen het vakgebied op academisch niveau redeneren, argumenteren en analyseren. De bachelor kan op academisch niveau samenwerken en bevindingen helder en in academische stijl mondeling en schriftelijk presenteren aan vakgenoten en leken.
Probleemoplossend vermogen. De bachelor kan op een wetenschappelijke wijze maatschappelijk, professioneel en/of wetenschappelijk relevante problemen formuleren, onderzoeken en oplossen en daarbij op een bachelorniveau creatief omgaan met het vakgebied.
Academische houding. De bachelor kan op het eigen denken en handelen reflecteren; en streeft naar zelfstandig leren. De bachelor stelt zich analytisch, kritisch en professioneel op.
Toelating
In het studentenhandboek – deel B – is opgenomen welke eisen binnen de UvA gesteld worden aan de vooropleiding. Dit studentenhandboek kan worden geraadpleegd bij de onderwijsbalie en via de website van de UvA [
http://www.student.uva.nl/statuut/studentenstatuut.cfm].
Voor de bachelor CW zijn de volgende toelatingseisen van kracht:
- Engels: de vaardigheid om op vwo-eindexamenniveau een Engelse tekst in goed Nederlands te vertalen.
- Geschiedenis: kennis van de geschiedenis op het niveau van het gemeenschappelijk deel van de tweede fase vwo.
- Wiskunde: kennis van het vwo-basisprogramma wiskunde zoals dat in alle vwo-profielen voorkomt.
- Bezitters van vwo-diploma’s ‘oude stijl’ zonder wiskunde a of b hebben geen automatisch toelatingsrecht tot de bachelor Communicatiewetenschap. Zij kunnen op grond van artikel 7.25, vierde lid WHW een verzoek tot toelating doen. Er kan uitsluitend ingeschreven worden met een beschikking van het College van Bestuur.
Aan de eis inzake voldoende beheersing van de Nederlandse taal voor bezitters van een buitenlands diploma wordt voldaan door het met goed gevolg afleggen van het Staatsexamen NT2, dan wel door het verkrijgen van een vrijstelling voor het afleggen van dit examen.
Voltijdopleiding
De bachelor Communicatiewetenschap kent enkel de mogelijkheid tot een voltijdse inschrijving. Voltijdstudenten ronden 60 stp. per collegejaar af. De bacheloropleiding neemt dan drie jaar in beslag. Studenten die voor september 2011 met de deeltijdopleiding zijn gestart, hebben nog tot september 2016 de mogelijkheid om hun opleiding af te ronden.
Vrij onderwijsprogramma
Het in dit hoofdstuk beschreven curriculum is het onderwijsprogramma zoals dat is vastgelegd in de opleidings- en examenregeling van de opleiding. De wet (WHW art. 7.3c) kent ook de mogelijkheid een individueel zgn. vrij onderwijsprogramma samen te stellen uit de onderwijseenheden die aan de UvA worden verzorgd. Voor het volgen van een vrij programma is toestemming van de examencommissie vereist. De examencommissie CW stelt als voorwaarde dat er maximaal 80 stp. buiten de opleiding mogen worden gevolgd. Verplicht zijn in ieder geval: ICW, MCO/BS, de drie Onderzoekspractica en het Afstudeerproject. Als je overweegt een verzoek voor een vrij onderwijsprogramma in te dienen, word je aangeraden een afspraak te maken met de studieadviseur.
|