|
Leerdoelen
Je leert de Nederlandse cultuur in comparatief perspectief bestuderen. Daartoe neem je kennis van de theorie van de comparatieve letterkunde en van de geschiedenis van dat vak. Bovendien oefen je je in het stellen van onderzoeksvragen in een internationaal perspectief. Daarnaast verwerf je gedegen kennis over de inrichting van het Nederlandse culturele veld, en van de rol die internationale cultural transfer daarin speelt. Uiteraard oefen je sterk je mondelingen en schriftelijke vaardigheid in het Nederlands.
Inhoud
De casus die in dit vak centraal staat, is ‘Amsterdam: de stad verbeelden en verkopen’.
Amsterdam is een open stad, gericht op de wereld. Haar typering als mondiale stapelmarkt geldt niet alleen tastbare goederen, maar ook ideeën, kennis, informatie en cultuur. Dit college bestudeert de rol van Amsterdam in de wereld als cultuur- en kennisproducent. Dat gebeurt in het kader van de comparatieve letterkunde en de twee richtingen die daarin vertegenwoordigd zijn.
1. De eerste richting, de
nation-based comparative literature, wordt bestudeerd in het eerste blok. Na een theoretische inleiding over het vak richten we ons op Amsterdam als casus. Hoe verzamelt de stad haar intellectuele ‘grondstoffen’, hoe verwerkt zij die en hoe verkoopt zij haar producten aan de wereld? Naast de praktijk van culturele in- en export, wordt tevens onderzocht hoe de stad zich door middel van beeldvorming profileert en positioneert ten opzichte van mondiale concurrenten. De vragen worden niet alleen in een cross-cultural benadering gesteld, maar ook in een diachroon comparatief kader, van de Gouden Eeuw tot in de 21ste eeuw. Om een voorbeeld te geven: hoe verhoudt de marktpositionering van een vroegmoderne drukker als Blaeu zich ten opzichte van zowel contemporaine concurrenten in Londen of Venetië als de uitgevers van vandaag?
2. De tweede richting is de
cross-cultural approach zoals voorgesteld door onder anderen Spivak. Ook dit tweede blok start met een theoretische inleiding. Vervolgens gaan we uit van de stad als thema dat in comparatief perspectief zal worden beschouwd. De stad is het centrum van de literatuur. Niet alleen omdat literatuur er wordt geproduceerd, zoals in het eerste blok aan de orde komt, maar zij is ook topos én decor van literaire teksten. Wat is de betekenis van dit ‘centrum’, en hoe verhoudt het zich tot de ‘marge’, de buitenwijken en de provincie? De topografie van de stad heeft invloed op de structuur van de romans die zich er afspelen. Deze vragen worden gesteld in internationaal en diachroon perspectief. Zo zullen we bijvoorbeeld onderzoeken hoe de buitenwijk wordt gerepresenteerd in verschillende culturen en tijden. Van het 19de eeuwse ontstaan van de suburbs (bv. Zola en Arthur Conan Doyle) naar de hedendaagse buitenwijken. De zwarte buitenwijk bij bijvoorbeeld Frank Martinus Arion of Michel Houellebecq, versus de ‘blanke’ buitenwijk bij A.M. Holmes of Joost Zwagerman.
Studenten werken toe naar een korte presentatie die zal worden gehouden op een studentencongres, half december. Daarnaast vindt toetsing plaats op basis van een eindpaper.
Aanmelden
http://rooster.uva.nl
Onderwijsvorm
Hoor- en werkcollege.
Onderwijstijden
3 uur per week.
Toetsvorm
Drie mondelinge presentaties en drie werkstukken.
|