Leerdoel
De module brengt je grondige kennis bij van de belangrijkste literaire en andere culturele instituties vanaf de middeleeuwen tot heden. Je krijgt inzicht in de bepalende rol van literatuuropvattingen en je neemt kennis van methoden waarmee instituties en literatuuropvattingen worden bestudeerd.
Inhoud
In dit college wordt vanuit een historisch perspectief een overzicht gegeven van literaire en andere culturele instituties (het hof, de uitgeverij, de kritiek, het onderwijs en de overheid). Naast de schrijver en de lezer zijn immers allerlei instituties betrokken bij de productie, verspreiding en waardering van literatuur. De uitgangsstelling is dat het literaire veld in de moderne geschiedenis in toenemende mate autonoom wordt, met name loskomt van de invloed van kerk en staat. Via onderwerpen als het klooster, de rederijkerskamers, genootschappen, literaire kritiek, uitgeverij en literatuuronderwijs wordt deze ontwikkeling gevolgd.
Vanuit dit historische perspectief wordt vanzelfsprekend ook gekeken naar de situatie van vandaag. Daarbij komt ook de vraag aan de orde of er in onze tijd wellicht sprake is van een afname van de (relatieve) autonomie van het literaire veld. Hoe gaat het literaire systeem om met ontwikkelingen als commercialisering en globalisering? Wat gebeurt er met de literatuur in een cultuur die in toenemende mate door massamedia wordt bepaald?
Praktische organisatie
Je volgt hoorcolleges waarin thuis bestudeerde literatuur wordt besproken en toegelicht. Er zijn twee toetsen, eentje in de toetsweek halverwege het semester, en eentje aan het eind van het semester.
Aanmelden
Zie het rooster van de bacheloropleiding Nederlandse taal en cultuur op
http://www.student.uva.nl/fgw_roosters.
Onderwijsvorm
Hoorcollege
Onderwijstijden
2 uur per week.
Studie-materiaal
Wordt tijdens het eerste college bekend gemaakt
Kosten
ca. € 20,-
Toetsvorm
|
| Toetsmomenten
|
Weging
|
Week
|
| (1) Tussentijdse toets
|
3/10
|
8
|
| (2) Schriftelijk tentamen
|
7/10
|
In de tentamenperiode aan het eind van het semester
|
|
|
|
| Zak/slaagregeling
|
| De student is geslaagd indien voor de toetsen 1 en 2 gemiddeld tenminste een 5,5 is behaald
|
|
|
|
| Herkansingsregeling
|
| De tussentijdse toets kan niet worden herkanst. Wanneer de student aan beide toetsen heeft deelgenomen en het gewogen gemiddelde van de twee toetsen lager is dan 5,5 kan het schriftelijk tentamen aan het eind van het semester herkanst worden. Het resultaat van de tussentijdse toets vervalt bij het herkansen van de eindtoets.
|
|
|
"Toetsingsregeling onder voorbehoud. Deze regeling kan nog tot aanvang van de inschrijving voor het onderwijs gewijzigd worden".
|