Leerdoelen
Zelfstandig onderzoek doen op het specifieke terrein van de analyse en interpretatie van literaire teksten, waarbij het accent ligt op het verschijnsel intertekstualiteit.
Inhoud
Waarom verwijst Grunberg in
Tirza naar de
Jephta van Vondel? Wat wil hij ermee zeggen als hij een kinderoffer uit het Oude Testament verplaatst naar het heden? En welke veranderingen past hij toe op zijn intertekst? En waarom ontkent hij desgevraagd dat hij naar Vondel verwijst? Dit is het soort vragen dat aan de orde komt bij ' Literatuur en betekenis'.
We concentreren ons op intertekstualiteit in allerlei vormen. Het kan gaan om invloed, om klassieke verwijzingen, maar ook om ready-mades, pastiches of parodie.
Ieder jaar staat een andere casus centraal. De ene keer spitsen wij ons toe op de functie van de mythologie in de romans van Mulisch, een andere keer op het discours over popidolen in romans uit de jaren ' 60.
Jaarlijks wordt zes weken voor het begin van de cursus definitief vastgesteld wat deze keer dat speciale onderwerp is (informatie hierover kan worden ingewonnen bij de betreffende docent). We sluiten altijd nauw aan bij de actualiteit en bij het lopend onderzoek van de docent die het vak geeft. Op die manier garanderen we dat we ons buigen over kwesties die er echt toe doen. De laatste jaren zijn de volgende onderwerpen aan bod gekomen:
- De klassieke tragedie in de romans van Arnon Grunberg
- Moraalfilosofie in het werk van M. Februari
- De rol van de schilderkunst in Paul van Ostaijens poëzie
- Mulisch, Hermans, Reve en de ‘angry Young men’
- De rol van pornografie in het werk van Peter Verhelst.
Praktische informatie
In de werkgroepen word je de eerste weken .vertrouwd gemaakt met de casus en met de literatuur daarover. Vanzelfsprekend wordt in het eerste blok ook de relevante internationale theorie op het terrein van de intertekstualiteit bestudeerd. Tegelijk oefen je je in het herkennen van uiteenlopende vormen van intertekstualiteit en de mogelijke functies daarvan, door verschillende interpretaties te schrijven van intertekstuele literaire werken.
Vervolgens ga je, in overleg met de docent en de andere studenten, op zoek naar een specifieke vraagstelling voor je eigen (deel)onderzoek. In de tweede helft van het semester werk je aan een individueel werkstuk waarin je van dat onderzoek verslag doet. Daarnaast presenteer je dat onderzoek ook mondeling in de colleges van het tweede blok.
De colleges zullen dan deels in het teken staan van de verdere verdieping van de casus (o.m. in gastcolleges door specialisten op het onderzoeksterrein). Ook zijn er in het tweede deel van het semester colleges waarin de voortgang van de werkstukken besproken wordt.
Aanmelden
Zie het rooster van de master Nederlandse taal en cultuur op
http://www.rooster.uva.nl
Onderwijsvorm
Werkcollege
Onderwijstijden
2 uur per week
Studiemateriaal
Wordt enkele weken vóór het begin van het college aan de deelnemende studenten bekend gemaakt.
Kosten
Nog niet bekend.
Toetsvorm
Mondelinge presentatie en afsluitende nota.
|