Wat is een medisch informatiekundige
Een medisch informatiekundige is een
informatiespecialist die kennis bezit van de medische basisvakken, de wijze waarop een arts redeneert en handelt, de methodiek van medisch wetenschappelijk onderzoek en de organisatie van de gezondheidszorg.
De medisch informatiekundige onderscheidt zich van andere informatiekundigen en informatici door zijn kennis van de geneeskundige processen,
zorgorganisatieprocessen en zijn inzicht in de specifieke rol en betekenis van
informatie in de gezondheidszorg.
De medisch informatiekundige is deskundig op het domein van informatieanalyse, informatierepresentatie en het ontwerpen, evalueren en implementeren van
informatiesystemen. In mindere mate is de medisch informatiekundige ook vakbekwaam op het terrein van geavanceerde technologieën die ten grondslag liggen aan informatiesystemen.
Een medisch informatiekundige is een volwaardig gesprekspartner van zowel de informatie- en communicatietechnoloog als de arts en verpleegkundige. Hij/zij vervult hierom een onmisbare
brugfunctie tussen twee uiteenlopende vakgebieden, geneeskunde en
informatiekunde.
Profiel Bachelor
Een Bachelor Medische Informatiekunde lost middels informatiekundige methodiek en concepten problemen op in de gezondheidszorg:
- Een Bachelor kan problemen herkennen in de informatievoorziening en kan medische informatiekundige technieken gebruiken om deze op te lossen.
- Een Bachelor is bekend met de processen die zich in de gezondheidszorg afspelen en kan achterhalen welke informatie voor de verwezenlijking van deze processen nodig is.
- Een Bachelor kan deze
processen modelleren en vastleggen in een computersysteem. Hij/zij bezit de vaardigheden om systemen te ontwerpen die bijdragen aan de diagnostiek en therapie d.m.v. beslissingsondersteuning, foutenherkenning en patiëntenlogistiek.
De trefwoorden zijn:
analyseren, ontwerpen en toepassen.
Profiel Master
Een Master Medical Informatics heeft kennis van methoden en kennis binnen het vakgebied. Deze kennis wordt benut om problemen op te lossen in de gezondheidszorg, evenals voor het innoveren en verbeteren van de gezondheidszorg:
- Een Master bezit ten opzichte van een Bachelor meer kennis van de drie vakgebieden van Medische Informatiekunde; medisch, zorginformatie en informatiekunde. Een master is op de hoogte van belangrijkste recente ontwikkelingen.
- Buiten het groter bezit van kennis, heeft de Master ook meer inzicht in de drie vakgebieden van de Medische Informatiekunde. Hierdoor kan een master beter worden ingezet bij de complexere vraagstukken en problemen in de gezondheidszorg.
- Een Master kan nieuwe methoden ontwikkelen voor het evalueren en ontwikkelen van informatiesystemen,
registraties,
coderingssystemen en standaardvocabulaires.
- Een Master heeft inzicht in en kennis van beleid en management van gezondheidszorg en zorginstellingen.
De trefwoorden zijn:
analyseren, ontwerpen, toepassen, evalueren en innoveren.
Werkterrein van een medisch informatiekundige
De opleiding Medische Informatiekunde is een unieke bachelor- en masteropleiding die gericht is op de praktijkvoering van zorgverleners, medisch-wetenschappelijk onderzoek en (de organisatie van de) gezondheidszorg. Medische Informatiekunde is derhalve uniek omdat deze medische insteek sterker is dan bij andere informatiekundige opleidingen.
Een medisch informatiekundige houdt zich hoofdzakelijk bezig met het
ontwikkelen en toepassen van informatiekundige methoden en technieken, die het gebruik van informatie in de gezondheidszorg efficiënter, veiliger, sneller en doelgerichter maken.
De volgende activiteiten zijn voorbeelden van het werk dat een medische informatiekundige kan uitvoeren:
- Het
ontwerpen van systemen, die de artsen en verpleegkundigen bij hun beslissingen met betrekking tot diagnostiek en therapie kunnen ondersteunen, zodat de kans op medische fouten ten gevolge van misinformatie wordt geminimaliseerd. De systemen kunnen ook worden toegepast ten behoeve van de patiëntenlogistiek.
- Het ondersteunen van artsen bij het uitvoeren van medische research of het zelf onderzoek doen op het gebied van de informatievoorziening. Dit met betrekking tot besluitvormingsondersteuning ten behoeve van diagnostiek en therapie of met betrekking tot de kwaliteit van het medisch en verpleegkundig handelen.
- Meewerken aan het opzetten en beheren van medische registraties, welke o.a. gebruikt worden voor de kwaliteitshandhaving en kwaliteitsverbetering van de zorg.
- Het up-to-date houden van coderingssystemen en standaardvocabulaires. Artsen gebruiken deze om bevindingen, diagnosen of therapieën vast te leggen.
Medisch informatiekundigen werken onder andere bij gezondheidszorginstellingen, softwarebedrijven, de farmaceutische industrie, onderzoeksinstituten, automatiseringsdiensten in de gezondheidszorg, diensten voor informatievoorziening, verzekeraars en overheids- en semi-overheidsinstellingen in de gezondheidszorg.
Zoals artsen zorgen voor het wel en wee van patiënten, zo zorgen de medische informatiekundigen voor een optimale
informatievoorziening aangaande de gehele gezondheidszorg.
Bachelor-Masterstructuur
Het behalen van het doctoraalprogramma Medische Informatiekunde is per 1 september 2008 niet meer mogelijk. Het onderwijs van Medische Informatiekunde wordt alleen nog volgens het Bachelor-Master systeem aangeboden.
De studie Medische Informatiekunde is opgebouwd uit twee fasen, namelijk een bachelor en een master. Elke fase wordt afgesloten met een
diploma. De Bachelor-Master structuur stelt studenten o.a. in staat om na een brede wetenschappelijke bachelor een meer specialistische master te volgen. De masteropleiding kan zowel binnen als buiten de studierichting Medische Informatiekunde gevolgd worden. Met een bachelordiploma Medische Informatiekunde wordt rechtstreeks toegang verleend tot de Master Medical Informatics aan de UvA. Hieronder is beknopt weergegeven wat de algemene verschillen zijn tussen beide opleidingsfasen.
Studierichting Medische Informatiekunde
|
|
|
bacheloropleiding
|
masteropleiding
|
| doel
|
brede oriëntatie op het vakgebied Medische Informatiekunde
|
specialisatie binnen het vakgebied van Medische Informatiekunde
|
| duur
|
3 jaar
|
2 jaar
|
| titel na afstuderen
|
Bachelor of Science (BSc)
|
Master of Science (MSc).
|
|
|
Uitgebreide informatie over de Bachelor-Masterstructuur tref je aan op de website van de Universiteit van Amsterdam,
http://www.uva.nl/bachelormaster.
Onderwijsprogramma Bachelor
Doelstelling van de opleiding
Het onderwijsprogramma van de opleiding Medische Informatiekunde leidt studenten op tot academici die in staat zijn de rol van informatie in de geneeskunde en de gezondheidszorg te analyseren en te beschrijven, en zelfstandig informatiekundige problemen te kunnen oplossen.
Het onderwijsprogramma beoogt de student te voorzien van kennis van, en inzicht en vaardigheden in:
- de methoden en technieken van de informatiekunde;
- de beginselen van de geneeskunde en de werkwijze in de gezondheidszorg;
- de specifieke rol, plaats, en betekenis van informatie in de geneeskunde en het medisch handelen;
- de methoden van wetenschapsbeoefening in brede zin.
Daarnaast wordt in het onderwijs aandacht besteed aan de academische vorming. In de Onderwijs en Examenregeling worden de eindtermen van de opleiding verder beschreven (art. 3).
Opbouw en ordeningsprincipes
Het
onderwijsprogramma bestaat uit drie componenten: een informatiekundige component, een medische component en een zorginformatiecomponent. De eerste component, de informatiekundige component (of I-component), omvat de methoden en technieken uit de informatiekunde die worden toegepast in de gezondheidszorg. De tweede component, de medische component (of M-component), heeft betrekking op de geneeskunde en beschrijft het toepassingsdomein van de Medische Informatiekunde. De derde component tenslotte, de zorginformatie component (of Z-component), gaat in op de rol van informatie in de gezondheidszorg, in het bijzonder met betrekking tot de wijze waarop de organisatie van de zorg is vormgegeven.
Het onderwijs bestaat uit zowel basisvakken (die voortkomen uit een component) als integratievakken (ontstaan uit combinaties van componenten). Bij de integratievakken komt het interdisciplinair karakter van de opleiding vooral tot uiting.
In de
opbouw van het onderwijsprogramma is uitgegaan van twee principes. Ten eerste staat ‘betekenisvol leren’ centraal. Dit betekent dat in het onderwijs steeds wordt voortgebouwd op en gebruik wordt gemaakt van kennis en vaardigheden waarover de student reeds beschikt. Ten tweede wordt in ieder van de drie studiejaren een ander accent gelegd met betrekking tot het vakgebied. Deze accenten sluiten aan bij het leerniveau dat jaarlijks wordt bereikt door de studenten, en kunnen als volgt omschreven worden.
In het eerste studiejaar ligt het accent enerzijds op de beeldvorming van het vakgebied Medische Informatiekunde bij de student, en anderzijds op de verwerving van fundamentele kennis en vaardigheden in het vakgebied. Het tweede jaar staat meer in het teken van de integratie van de constituerende disciplines en het leren toepassen van de verworven vaardigheden op concrete problemen uit de praktijk van de gezondheidszorg. Tenslotte ligt in het derde studiejaar de nadruk op verdieping en verbreding. Verdieping vindt hier plaats door in te gaan op moderne informatietechnologische ontwikkelingen, en verbreding door het aandachtsgebied van de Medische Informatiekunde, de gezondheidszorg, in groter verband te beschouwen.
Curriculum '08, een nieuw
curriculum
In 2008-2009 startte het nieuwe curriculum Medische Informatiekunde,
Curriculum ’08, dat gefaseerd wordt ingevoerd. Dit jaar wordt het 2e studiejaar van Curriculum ’08 voor het eerst gegeven en het 1e studiejaar voor de tweede keer. Daarnaast draait het oude curriculum, Curriculum ‘03, nog verder voor het studiejaar 3. Per jaar start er telkens een nieuw studiejaar van Curriculum ’08 en verdwijnt er een jaar van
Curriculum ’03: in september 2009 begint het 2e jaar en in september 2010 het 3e jaar. Studenten die in 2008-2009 zijn begonnen met Curriculum ’08 zijn dus de eersten die het hele programma van het nieuwe curriculum volgen.
In het vernieuwde onderwijsprogramma Curriculum ‘08 is de inhoud van de modules anders gestructureerd, maar blijven de eindtermen van de bacheloropleiding gehandhaafd. Ze worden hoogstens anders gepositioneerd in het curriculum.
Knelpunt in Curriculum ‘ 03 was dat door de studenten de drie parallelle modules in het eerste semester van jaar 1 als te zwaar werden ervaren. In het nieuwe curriculum is dit parallelle aspect minder zwaar geworden. Daarnaast bleek dat studenten vaak geen goed beeld hadden van wat Medische Informatiekunde inhield en wat het belang was van vakken als logica, wiskunde en programmeren. In het nieuwe curriculum is daarom aan het begin van het eerste studiejaar een inleidende module ingevoerd, waarbij bovengenoemde onduidelijkheden worden toegelicht in het vroegste stadium van de opleiding.
Overzicht per studiejaar
Jaar 1: Curriculum '08: Beeldvorming en fundamenten
Het eerste studiejaar staat in het kader van de kennismaking met de basisbegrippen uit de geneeskunde, de informatiekunde, en de gezondheidszorg. Het eerste semester van de studie omvat drie modules: een inleidende module en twee modules die parallel lopen aan elkaar. De inleidende module geeft een overzicht van de bachelor en dient als aanzet voor de twee parallelle modules. Deze parallelle modules introduceren de biomedische basisprincipes, het programmeren en de logica.
In het tweede semester wordt de student geconfronteerd met het geneeskundig proces in de eerste lijn. De student loopt een extramurale stage, om zo een indruk te krijgen van de organisatie van de gezondheidszorg op eerstelijns-niveau. Het tweede semester wordt afgesloten door twee parallelle modules: ‘Voortgezet programmeren en wiskunde’ en ‘Medische basisprincipes’.
Tijdens het onderwijs in het eerste jaar komen hoofdzakelijk basisthema’s aan bod, om zo een voorbereiding te bieden op de integratiethema’s in het tweede en derde studiejaar. De huidige functies van de propedeutische fase zijn oriëntatie, selectie, en verwijzing. Deze blijven behouden in de bacheloropleiding. Halverwege het eerste jaar wordt een symposium gehouden waaraan ook de tweede- en derdejaars studenten deelnemen. De eerstejaars studenten krijgen zodoende een indruk van de rest van hun opleiding.
|
| Semester 1
|
Semester 2
|
| Module 1.1: Inleiding Medische Informatiekunde (8 EC)
|
Module 1.4: Het geneeskundig proces eerste lijn (12 EC)
|
| Module 1.2: Biomedische Basisprincipes (10 EC)
|
Module 1.5: Voortgezet Programmeren en Wiskunde (12 EC)
|
| Module 1.3: Inleiding Programmeren en Logica (12 EC)
|
Module 1.6: Medische Basisprincipes (6 EC)
|
|
|
Jaar 2: Curriculum '08: Integratie en toepassing
In het tweede jaar van het Medische Informatie-curriculum leren de studenten om methoden en technieken uit de informatiekunde toe te passen op problemen uit de praktijk van de gezondheidszorg. Het accent ligt inhoudelijk op integratiethema’s, en praktisch op het analyseren en oplossen van concrete, informatiekundige problemen. Dit laatste gebeurt veelal door middel van
projectonderwijs, waarin de studenten leren om zelfstandig en projectmatig te werken en de door hun verworven kennis toe te passen. De opbouw van het jaar is zodanig gekozen dat in het onderwijs steeds op de voorgaande modules kan worden teruggegrepen. Halverwege het jaar vindt het MIK-symposium plaats.
|
| Semester 1
|
Semester 2
|
Module 2.1: Databases en Computernetwerken
(12 EC)
|
Module 2.4: Registratie en Classificatie (12 EC)
|
| Module 2.2: Klinische Epidemiologie en Biostatistiek (12 EC)
|
Module 2.5: Software Engineering Theorie (8,5 EC)
|
| Module 2.3: Ziekteprocessen (6 EC)
|
Module IS Intramurale Stage (2,5 EC)
|
|
|
Module 2.6: Software Engineering Project (7 EC)
|
|
|
Voor de juiste ordening in de tijd zie studierooster voorin de gids.
Jaar 3: Curriculum '03: Verdieping en verbreding
In het derde studiejaar staan enerzijds verdieping in moderne informatietechnologische ontwikkelingen, en anderzijds verbreding van het aandachtsgebied binnen de gezondheidszorg centraal. Het aspect verdieping komt aan de orde in het vijfde semester, waarin wordt ingegaan op methoden en technieken uit de artificiële intelligentie, en op de interpretatie en verwerking van (medische) beelden en signalen. Het aspect verbreding komt aan bod in het zesde semester. Waar in het eerste en tweede studiejaar vooral informatieprocessen binnen de klinische gezondheidszorg centraal staan, wordt in dit semester het aandachtsgebied verbreed naar informatieprocessen in grote organisatorische eenheden, zoals binnen ziekenhuizen en op nationaal niveau.
|
| Semester 1
|
Semester 2
|
| Module 13: Artificiële Intelligentie (7,5 EC)
|
Vrije Keuze Onderwijs (10 EC)
|
| Module 14. Zenuwstelsel (2,5 EC)
|
Module 16: Tussen zorgproces en beleid (12 EC)
|
Module 15: Informatie in beelden en signalen
(12 EC)
|
Module 17: Strategisch informatiemanagement
(6 EC)
|
| Disciplinegebonden keuze (6 EC)
|
Colloquiumpunten (2 EC)
|
|
|
Eindscriptie (2 EC)
|
|
|
Naast de genoemde onderdelen bevat het derde jaar twaalf weken keuze-onderwijs. De eerste vier weken hiervan, die het vijfde semester afsluiten, vallen binnen de verdieping in het vakgebied. De volgende acht weken keuze-onderwijs zijn niet gebonden aan de Medische Informatiekunde en zullen buiten de opleiding worden ingevuld. Onderdeel van de
keuzeruimte vormt ook een systeem van
colloquiumpunten voor het bijwonen van extracurriculaire activiteiten (zoals lezingen, afstudeervoordrachten, excursies en symposia). Het behalen van een minimum aantal colloquiumpunten (totaal: 2 EC) wordt als voorwaarde gesteld aan het behalen van de bachelortitel. De colloquiumpunten kunnen verspreid over de drie jaar van de bachelor worden behaald. Meer uitleg over de colloquiumpunten volgt hierna. Het derde studiejaar wordt afgesloten met de module Strategisch Informatiemanagement, die voorbereidt op ICT-strategie functies in zorgorganisaties. Deze module vertegenwoordigt de
internationale component in het curriculum waarbij wordt samengewerkt met diverse buitenlandse opleidingen op het vakgebied. Parallel aan de laatste twaalf weken onderwijs schrijven studenten bovendien een kleine scriptie. Halverwege het jaar vindt het MIK-symposium plaats.
Colloquiumpunten - alleen voor studenten curriculum '03
De studenten die voor studiejaar 2008/2009 met Medische Informatiekunde (curriculum '03) zijn gestart, dienen gedurende hun driejarige bachelor 60 colloquiumpunten te verzamelen. Voor studenten die vanaf 2008/2009 met de studie zijn begonnen (curriculum '08), zijn de colloquiumpunten afgeschaft in verband met de curriculumherziening.
Wat zijn colloquiumpunten?
Er zijn studiegerelateerde activiteiten die moduleoverstijgend zijn, maar die wel relevant zijn voor Medische Informatiekunde studenten. Daarbij moet gedacht worden aan extracurriculaire activiteiten, zoals het bijwonen van afstudeerpresentaties, het geven van studievoorlichting en het bezoeken van congressen en symposia. Kortom, activiteiten die gericht zijn op het verbeteren van vaardigheden en het verbreden van de kennis ten aanzien van het vakgebied. Medische Informatiekunde is een vakgebied dat voortdurend in beweging is. Om studenten extra te stimuleren dergelijke activiteiten te ontplooien worden colloquiumpunten → Tref voor deze activiteiten gegeven. Deze colloquiumpunten worden uiteindelijk in twee EC (studiepunten) omgezet. De student is vrij in het kiezen van zijn/haar activiteiten, waarmee punten kunnen worden behaald. De student wordt tevens gestimuleerd een brede blik en een goed niveau van algemene en culturele ontwikkelingen te creëren en een diepgaand inzicht te verwerven in geselecteerde onderwerpen. Het geven van presentaties, bijvoorbeeld in de vorm van studievoorlichting, is een manier om colloquiumpunten te behalen. Er zijn voor studenten veel mogelijkheden om colloquiumpunten te verwerven. Er vindt jaarlijks een MIK-symposium en een KIK-symposium plaats, er zijn regelmatig afstudeerpresentaties, er zijn regelmatig aan Medische Informatiekunde gerelateerde congressen, er zijn genoeg mogelijkheden om voorlichting te geven (scholen, UvA-voorlichtingsdagen, studiebeurzen), en er zijn extra opdrachten in het kader van het digitaal portfolio. Daarnaast kan een student zelf relevante activiteiten bedenken en de coördinator colloquiumpunten verzoeken of hiervoor colloquiumpunten kunnen worden toegekend.
Het aantal toe te kennen colloquiumpunten is gerelateerd aan het aantal belastbare uren en aan de mate van relevantie voor de Medische Informatiekunde. Voorbereidingstijd wordt hierin ook meegenomen. In onderstaande tabel staat voor enkele standaardactiviteiten het aan de betreffende activiteit gekoppelde aantal punten. Meer informatie is te vinden op Blackboard.
|
| Activiteit
|
Aantal punten
|
Betrokken personen/instantie
|
| Bijwonen van afstudeerpresentaties
|
1
|
Examencommissie
|
| Bijwonen van lezingen (VMBI)
|
1
|
organisator
|
| Deelnemen aan discussies/journal clubs
|
2
|
organisator
|
| Voorlichting geven
|
2
|
Studieadviseurs, PR-medewerker
|
| Presentatie houden buiten curriculum
|
2
|
organisator
|
| Extra opdrachten digitaal portfolio
|
6 per studiejaar
|
coördinator bachelorscriptie
|
| Deelnemen MIK-congres
|
maximaal 3 per dagdeel
|
organisator
|
| Deelnemen MIK-symposium
|
maximaal 12
|
Symposiumcommissie
|
|
|
De coördinator colloquiumpunten is dr. F.P. Voorbraak. Veel activiteiten die binnen het AMC plaatsvinden, bieden de mogelijkheid om door het invullen van een presentielijst aan te tonen dat men voor de aan de activiteit verbonden punten in aanmerking komt. Hierbij dient de student zich te identificeren met de collegekaart. Wat betreft activiteiten die buiten het AMC plaatsvinden, dient de student een bewijs van deelname te tonen alvorens de punten worden toegekend. Hierbij geldt wel dat de coördinator colloquiumpunten tevoren goedkeuring heeft gegeven aan de activiteit. Het behalen van de 60 punten zal gehonoreerd worden met 2 EC.
Academische vorming
Als integraal onderdeel van de bacheloropleiding Medische Informatiekunde wordt aandacht besteed aan de
academische vorming. Met de Academische Vorming (AV) wordt beoogd een academisch denk- en werkniveau te bereiken bij studenten. De AV is opgebouwd uit vijf leerlijnen, ook wel academische vaardigheden genoemd,: (a) onderzoeksvaardigheden; (b) academisch schrijven; (c) presenteren, (d) managementvaardigheden en (e) attitude- en leervaardigheden. Iedere leerlijn is opgebouwd uit een aantal opbouwende stappen die in verschillende modules van de opleiding aan bod komen en daar als onderdeel van de module worden beoordeeld. Alle tussen- en eindproducten met beoordelingen worden verzameld in een digitaal portfolio. Iedere leerlijn wordt afgesloten met een eindproduct. De eindproducten zijn: een literatuurscriptie met een daaraan gekoppeld adviesrapport, een presentatie en een portfolio. De voortgang van de AV wordt door middel van het portfolio gevolgd en wordt in het jaarlijkse voortgangsgesprek met de AV-coördinator besproken.
Eindtermen Academische Vaardigheden
(a) onderzoeksvaardigheden
De Bachelor heeft voldoende kennis van het onderzoeksveld en de gehanteerde methoden en technieken in de verschillende vakgebieden om een relevante onderzoeksvraag te formuleren en gestructureerd te zoeken naar een antwoord hierop.
(b) academisch schrijven
De Bachelor is in staat om op basis van wetenschappelijke literatuur een goed gefundeerde literatuurscriptie te schrijven, met een daaraan gekoppeld adviesrapport, en kan, op basis van een helder geformuleerde vraagstelling, complexe problematiek helder uiteenzetten.
(c) presenteren
De Bachelor is in staat om zelfstandig en op aansprekende wijze een presentatie te geven die wat betreft inhoud, structuur, verbale- en non-verbale communicatie aan de vereisten voldoet. De bachelor kan dit zowel binnen als buiten de eigen discipline(s) en is in staat om voorlichting te geven op het gebied van de medische informatiekunde.
(d) managementvaardigheden
De Bachelor is in staat om samen te werken met specialisten uit verschillende disciplines en heeft voldoende kennis van gesprek- en managementtechnieken om een project, in samenwerking met anderen, tot een goed einde te brengen.
(e) attitude en leervaardigheden
De Bachelor heeft een zelfreflectieve, positiefkritische houding, is in staat eigen gedrag aan te passen naar aanleiding van feedback en toont zelfsturing van het persoonlijk ontwikkeltraject in het portfolio.
Het
Mentor-Tutor Systeem
Het mentor-tutorsysteem is een vorm van studiebegeleiding met twee doelen: het voorkomen dat eerstejaars studenten de studie voortijdig beëindigen en het geven van een duidelijk beeld van studie en beroep. De begeleiding wordt verzorgd door
mentoren, die ouderejaars Medische Informatiekundestudenten zijn, en
tutoren, die Medische Informatiekundedocenten zijn.
Er worden mentorgroepsbijeenkomsten en plenaire bijeenkomsten georganiseerd, waarbij gesproken wordt over onderwerpen als problemen bij de studie, de studie na de propedeuse en beroepsperspectieven. Daarnaast zijn de mentoren een laagdrempelig aanspreekpunt, die kunnen doorverwijzen naar een tutor of studieadviseur.
Voor het tweede en derde jaar zijn er geen mentoren, wel tutoren.
MIK-Symposium
Iedere studiejaar vindt het
MIK-symposium plaats, waaraan alle studenten participeren. Doelgroep zijn in eerste instantie de studenten die het bachelor-curriculum Medische Informatiekunde volgen, maar tevens worden uitgenodigd: masterstudenten, alumni, onderzoekers en professionals in de Medische Informatiekunde, Geneeskunde studenten, overige AMC medewerkers. Centraal in het symposium staat het debat over een thema binnen de Medische Informatiekunde. Ook wordt geoefend in academische vaardigheden. Voor het studiejaar 2009/2010 is het thema "De digitale patient". Het symposium vindt op 29 en 30 oktober 2009 plaats.
Honoursprogramma voor talentvolle bachelorstudenten Medische Informatiekunde
Getalenteerde en gemotiveerde studenten kunnen zich aanmelden voor het Honoursprogramma Medische Informatiekunde. In het
honoursprogramma volgt een student tijdens de bachelor extra uitdagend onderwijs, naast het reguliere studieprogramma.
Het honoursprogramma geeft een extra studiebelasting van 30 EC en is daarom alleen geschikt voor studenten die goede studieresultaten behalen. Vooral studenten die nieuwsgierig zijn, behoefte hebben aan meer kennis, diepgang en extra ervaring willen opdoen in wetenschappelijk onderzoek, worden uitgenodigd om deel te nemen aan het honoursprogramma.
Een voordeel is dat studenten die succesvol deelgenomen hebben aan het honoursprogramma in de bachelor meer uitzicht hebben op het verwerven van een Topstage in de masteropleiding Medical Informatics. Verder wordt op basis van de behaalde resultaten in het 2e jaar van het honoursprogramma aan maximaal 2 honoursstudenten een beurs aangeboden ten behoeve van financiering van een bezoek aan een Medical Informatics conferentie.
Aanmelding voor het honoursprogramma Medische Informatiekunde
De student meldt zich bij voorkeur aan in het eerste bachelor jaar na het behalen van de eerste drie modules. Vroege aanmelding verdient de voorkeur om goed in staat te zijn om binnen de drie jaar van de Bachelor het honoursprogramma van minstens 30 EC samen te stellen en te doorlopen. Voor deelname aan het honoursprogramma gelden de volgende voorwaarden:
- De student meldt zich zelf aan bij de coördinator van het Honoursprogramma Medische Informatiekunde: prof. dr. G.J. den Heeten;
- De student kan zich reeds in het eerste studiejaar aanmelden, als hij/zij tenminste de eerste drie modules bij de eerste kans heeft gehaald, met minimaal een 7,0 gemiddeld. De student kan zich uiterlijk tijdens het tweede studiejaar vóór 1 november aanmelden.
Inhoud honoursprogramma
Medische Informatiekunde
De student dient zelf, in overleg en met hulp van de honourscoördinator, een studieprogramma in. Eis is dat het programma uiteindelijk minstens 30 EC omvat en dat de onderdelen van het honoursprogramma niet ook deel uit maken van het reguliere bachelorprogramma (inclusief vrije keuze onderwijs). Er wordt dus een individueel honoursprogramma op maat samengesteld. Op deze manier kan worden ingespeeld op de specifieke interesses van de student.
Participatie aan wetenschappelijk onderzoek in (of buiten) het AMC is een kernbestanddeel van het honoursprogramma. Studenten kunnen onder begeleiding van door hen zelf uit te kiezen (top)onderzoekers participeren in bestaande onderzoekslijnen. Binnen het honoursprogramma wordt max. 20 EC besteed aan wetenschappelijk onderzoek.
Naast deelname aan wetenschappelijk onderzoek kan de student kiezen uit onderwijs verzorgd door andere faculteiten of door het Instituut voor Interdisciplinaire Studies (UvA). Ook onderwijs van de studie Geneeskunde kan eventueel ingezet worden voor het honoursprogramma Medische Informatiekunde. Dit onderwijs wordt vooraf ter goedkeuring voorgelegd aan de coördinator van het honoursprogramma. Deelname aan de AMC Summerschool behoort ook tot de mogelijkheden.
Binnen het honoursprogramma moet minstens 10 EC besteed worden aan onderdelen anders dan het wetenschappelijk onderzoek.
Afsluiting honoursprogramma
Aan studenten wordt een
honourstestimonium uitgereikt naast het reguliere bachelordiploma Medische Informatiekunde indien zij voldoen aan de volgende voorwaarden:
- alle onderwijsactiviteiten van het honoursprogramma zijn met goed gevolg afgelegd, waardoor minimaal 30 extra studiepunten zijn behaald;
- het gemiddelde eindcijfer van alle vakken in het reguliere onderwijsprogramma is 7,0 of hoger;
- het reguliere onderwijsprogramma is afgerond binnen de nominale tijd (3 jaar).
Evaluatie onderwijs
Voor de kwaliteit van het onderwijs is evaluatie heel belangrijk. Het doel van
onderwijsevaluatie is kwaliteitsverbetering door het verzamelen van informatie over ervaringen met en suggesties voor verbetering van het onderwijs. Studenten spelen hierbij, als informatiebron, een belangrijke rol.
Alle onderdelen van het onderwijs worden geëvalueerd door middel van studentenenquêtes. Tijdens het afsluitende tentamen van elke module wordt een schriftelijke standaardenquête afgenomen. Van studenten wordt verwacht dat zij in de enquête zo concreet mogelijk beschrijven waar verbeteringen nodig zijn.
Ongeveer drie weken na het tentamen vindt een mondelinge nabespreking plaats, waarbij de resultaten van de schriftelijke standaardenquête gebruikt worden. De nabesprekingen worden bijgewoond door:
- een delegatie van studenten (nabesprekingscommissie) die het onderwijs hebben gevolgd
- de coördinator van het studieonderdeel
- docenten die bij het studieonderdeel betrokken zijn geweest en veelal een afdeling vertegenwoordigen
De nabespreking wordt voorgezeten door een lid van de evaluatiecommissie.
Voorafgaande aan de nabespreking worden in elke nabesprekingscommissie de resultaten van de studentenenquêtes nog met andere studenten van dezelfde jaargroep besproken. Hiermee wordt bereikt dat de meningen die tijdens de nabesprekingen worden uitgesproken, zoveel mogelijk de algemene mening weergeven van de totale groep studenten die het onderwijs gevolgd heeft. Tijdens de nabespreking wordt namelijk over elk onderwerp van de studentenenquête naar de mening van de studenten gevraagd.
De nabesprekingen zijn openbaar en kunnen dus worden bijgewoond door iedere student.
Van iedere nabespreking wordt een verslag gemaakt. Dit verslag wordt naar de aanwezigen gestuurd, zodat nog mogelijke op- of aanmerkingen geplaatst kunnen worden. Na eventuele bijstelling wordt het definitieve verslag gestuurd naar alle aanwezigen en de evaluatiecommissie. De evaluatiecommissie is samengesteld uit docenten en docenten van de opleiding Medische Informatiekunde. De commissie heeft een signalerende en een adviserende rol in de kwaliteitszorg van het onderwijs, en rapporteert aan het bestuur van het onderwijsinstituut Medische Informatiekunde.
Studenten die actief betrokken willen zijn bij het verbeteren van het onderwijs worden van harte uitgenodigd zich aan te melden bij MIK-punt.
Het
studieprogramma master
Inleiding
Per 1 september 2006 is de 2-jarige Engelstalige masteropleiding Medical Informatics van start gegaan. De masteropleiding is zowel toegankelijk als doorstroommaster vanuit de bachelor Medische Informatiekunde als vanuit een andere gerelateerde studierichting (als zij-instromer).
Profielschets master
Een medisch informatiekundige kan in het algemeen getypeerd worden als een informatiespecialist die zich bezighoudt met het vanuit een informatiekundig perspectief oplossen van problemen in de gezondheidszorg en het medische bedrijf.
De werkzaamheden van een medisch informatiekundige kunnen worden verdeeld in twee categorieën van activiteiten. De eerste categorie activiteiten betreft het toepassen van informatiekundige methoden en technieken op een domein (de gezondheidszorg) waarin het begrip ‘informatie’ een belangrijke en complexe rol speelt. De doelstelling van deze activiteiten is meestal zeer concreet en behelst de ondersteuning van zorgverleners bij hun werkzaamheden.
Bij de tweede categorie activiteiten ligt het accent op het onderzoek naar de rol, plaats, en betekenis van informatie in de gezondheidszorg en het klinisch handelen, met als oogmerk het begrip en inzicht hiervan te vergroten. Om tot een succesvolle afronding van de eerste soort activiteiten te komen zijn de uitkomsten van medisch-informatiekundig onderzoek, zeker op de langere termijn, onontbeerlijk. Gesteld kan worden dat de eerste categorie activiteiten tot de werkzaamheden op het niveau van (minimaal) een bachelor behoort. De tweede categorie activiteiten past bij de werkzaamheden van een medisch informatiekundige op masterniveau.
Overzicht programma
In de master Medical Informatics staan de verbetering van de uitkomsten en de kwaliteit van het medisch handelen en de bevordering van de doelmatigheid van het zorgproces centraal. Binnen het domein van de gezondheidszorg bestudeert de Master met name vraagstukken op het terrein van:
- het medisch handelen (in het bijzonder de medische besluitvorming en de ondersteuning van informatiesystemen daarbij) c.q. patiëntgeoriënteerde vraagstukken;
- zorgorganisatie & -proces: in het bijzonder de inzet van informatietechnologie bij de organisatie en de inrichting van bedrijfsprocessen in de patiëntenzorg, zorgketenlogistiek.
Het programma van de masteropleiding is opgebouwd uit een aantal modules. Het eerste jaar bestaat uit 8 modules (core courses) en 2 multidisciplinaire stages.
Bij het disciplinegebonden keuze-onderwijs (in jaar 2) kiezen studenten zelf de invulling van de eerste 2 modules (elective courses), waarna zij hun wetenschappelijke stage (scientific research & masterproof) uitvoeren. Voor schematische weergave van het curriculum van de masteropleiding wordt verwezen naar onderstaande figuur.
|
| year
|
semester
|
course
|
EC
|
| 1
|
1
|
Core courses
|
|
|
|
|
Current issues in medical informatics I
|
6
|
|
|
|
Knowledge representation & reasoning in medicine
|
6
|
|
|
|
Advanced data analysis in medicine
|
6
|
|
|
|
Biomedical information systems engineering
|
6
|
|
|
|
Internship I
|
6
|
|
|
2
|
Core courses
|
|
|
|
|
Biomedical research & evaluation methodology
|
6
|
|
|
|
Organizational settings of health care
|
6
|
|
|
|
Health care logistics & information systems
|
6
|
|
|
|
Information & process modelling in health care
|
6
|
|
|
|
Internship II
|
6
|
| 2
|
3
|
Elective courses (2)
|
|
|
|
|
Health and Medicine
|
6
|
|
|
|
Quality, accessibility and costs of healthcare
|
6
|
|
|
3 & 4
|
Research project & master thesis
|
48
|
| totaal aantal EC masteropleiding
|
120
|
|
|
Een uitgebreidere beschrijving van de opbouw van het curriculum is te vinden in de aparte Engelstalige studiegids voor de master.
Inschrijving en toelating master Medical Informatics
Als je een bachelordiploma Medische Informatiekunde hebt behaald, dan kun je zonder meer doorstromen naar de aansluitende master. Je kunt je voor de master inschrijven door middel van het herinschrijvingsformulier dat je in juni krijgt thuisgestuurd door de Centrale Studentenadministratie van de UvA.
De master kent twee instroommomenten: in september en in februari.
Als je bachelordiploma nog niet volledig is behaald, kun je in principe nog niet
instromen in de master. De examencommissie kan hierop een uitzondering maken.
Vanuit de bachelor Medische Informatiekunde naar een andere master
Op de websites
http://www.studeren.uva.nl/ma-medical-informatics en op
http://www.universitairemasters.nl is informatie te vinden over andere te volgen masters na de bachelor Medische Informatiekunde. Ook kun je kijken op
http://www.bamas.nl ,
www.studiekeuze123.nl of
http://www.ictinamsterdam.nl (informaticadomein).