Het programma beslaat één jaar (= 60 EC). In dit jaar volgt de student één voor alle studenten verplichte module (
Colloquium master Geschiedenis ( EC)), drie vakspecifieke modules (30 EC) en schrijft hij een scriptie (20 EC).
De student kan voor de vakspecifieke modules een keuze maken uit verschillende vaste trajecten. De master Geschiedenis kent de volgende trajecten:
- Oude Geschiedenis
- Middeleeuwse Geschiedenis
- Nieuwe Geschiedenis
- Nieuwste Geschiedenis
- American Studies
- Cultuurgeschiedenis
- Duitslandstudies
- Geschiedenis van de Internationale Betrekkingen
- Gouden Eeuw
- Holocaust- en genocidestudies
- Militaire geschiedenis/Krijgswetenschappen
- Sociale Geschiedenis
De student kan echter ook een 'eigen' traject samenstellen uit het jaarlijkse aanbod van modules. Dit dient in overleg met de mastercoördinator te worden vastgelegd bij de inschrijving voor de master, vóór aanvang dus van de masterstudie.
Het
Colloquium master Geschiedenis (10 EC) is het verplichte onderdeel dat een voorbereiding biedt op de scriptie. In aansluiting op de bachelormodule Wetenschapsfilosofie komen daarin zowel historiografische als geschiedtheoretische kwesties aan de orde. Welke stromingen zijn er binnen de geschiedwetenschap? Op wat voor wetenschappelijke uitgangspunten zijn de verschillende stromingen gebaseerd? Op welke manier wordt in de verschillende stromingen omgegaan met bronnen, hoe wordt onderzoeksmateriaal geanalyseerd, in welke vorm en stijl wordt er verslag gedaan? Maar ook: welke functies vervult de geschiedwetenschap? Welke rol spelen historici in maatschappelijke controverses over historische fenomenen? Van welke vormen en genres kan de historicus gebruik maken bij het verslag doen van zijn of haar onderzoek? Deze vragen worden aan de orde gesteld aan de hand van literatuur en aan de hand van een collectieve bespreking van
state of the art studies op allerlei terreinen van de geschiedschrijving. Ter afronding van het programma wordt een scriptieopzet gemaakt, met daarin een verantwoording van de vraagstelling en een tijdsplanning.
De masterscriptie is een schriftelijk verslag van een wetenschappelijk onderzoek dat de student zelfstandig heeft verricht. Het schrijven van een scriptie heeft tot doel dat de student zijn kennis van en inzicht in een bepaald wetenschapsgebied vergroot en zich oefent in vaardigheden zoals:
- het maken van een onderzoeksopzet
- het verzamelen en ordenen van (bronnen-)materiaal
- het bestuderen en evalueren van vakwetenschappelijke literatuur
- het opzetten van een helder en systematisch betoog
- het vormgeven aan ideeën
De scriptie wordt geschreven aan het eind van het masterprogramma en sluit aan bij de door de student gekozen specialisatie. De module
Colloquium master Geschiedenis (10 EC) is bedoeld als voorbereiding op de scriptie, er worden adviezen gegeven o.a. over hoe een onderwerp en/of een begeleider te kiezen en er wordt ingegaan op een aantal belangrijke aspecten van het schrijven van een scriptie. Als eindproduct van deze module leveren de deelnemende studenten onder meer een scriptieopzet af.
Be
palen van onderwerp
De eerste stap bij het schrijven van een scriptie is het bepalen van het onderwerp. De student kan hierbij desgewenst hulp krijgen van de mastercoördinator of een andere docent van de opleiding. Studenten van het traject Middeleeuwse geschiedenis dienen als eerste stap contact op te nemen met prof.dr. P.C.M. Hoppenbrouwers; studenten van het traject Sociale geschiedenis nemen contact op met mw.dr. M.C. 't Hart; voor de andere trajecten kan de student zelf bepalen welke docent hij wil benaderen voor een eerste overleg over het onderwerp.
In overleg met deze docent kan, afhankelijk van het gekozen onderwerp, ook worden bekeken welke docent qua specialisatie het meest in aanmerking komt als scriptiebegeleider. Vervolgens benadert de student deze docent, en kan in onderling overleg een scriptievoorstel worden vastgesteld dat de volgende elementen bevat:
- werktitel en voorlopige inhoudsopgave
- probleemstelling
- duidelijke afbakening (qua plaats, tijd, thematiek)
- globaal werkplan (met name wat betreft werkwijze en tijdsplanning)
- overzicht bronnen en/of voorlopige literatuurlijst
- omvang van de scriptie in studiepunten
Contact met scriptiebegeleider
Gedurende de werkzaamheden aan de scriptie houdt de student geregeld contact met de scriptiebegeleider; het aantal contacturen is onder andere afhankelijk van de behoefte van de student of de aard van het onderwerp. In ieder geval dienen minimaal de volgende contacten tussen student en scriptiebegeleider plaats te vinden:
- een inleidende bespreking over de keuze en de begrenzing van het onderwerp, de literatuur, de aanpak, etc.
- een bespreking van een uitwerking van het plan van aanpak
- (een) bespreking(en) van het concept van (één of meerdere hoofdstukken van) de scriptie
- een bespreking waarin de beoordeling van de scriptie wordt bekendgemaakt en toegelicht
De Examencommissie wijst in overleg met de scriptiebegeleider de tweede beoordelaar aan. Meestal wordt deze docent pas ingeschakeld in de laatste fase, wanneer de scriptie door de student ter beoordeling is ingeleverd. De rol van de tweede beoordelaar is met name bedoeld ter ondersteuning van het oordeel van de scriptiebegeleider. Het uiteindelijke cijfer dat aan de scriptie wordt toegekend komt tot stand in overleg tussen scriptiebegeleider en tweede beoordelaar.
In geval van langdurige ziekte of afwezigheid van de scriptiebegeleider dient de student contact op te nemen met de Examencommissie. Deze commissie zal vervolgens een regeling treffen voor de betrokken student, bijvoorbeeld in de vorm van tijdelijke of definitieve vervanging van de scriptiebegeleider.
Het is voor studenten Geschiedenis mogelijk om externe scriptiebegeleiding te krijgen, bijvoorbeeld wanneer er binnen de eigen opleiding onvoldoende specialistische kennis aanwezig is met betrekking tot het onderwerp van de doctoraalscriptie. Iedere aan een universiteit verbonden docent of hoogleraar kan hiervoor in aanmerking komen. In sommige gevallen kunnen ook andere externe deskundigen (van buiten de universiteit) tijdelijk in de Examencommissie worden benoemd en als zodanig optreden als scriptiebegeleider. Studenten die in aanmerking willen komen voor externe scriptiebegeleiding dienen hier altijd toestemming voor te vragen aan de Examencommissie. De tweede beoordelaar dient in dergelijke gevallen altijd een docent van de eigen opleiding te zijn. Het eindcijfer van de scriptie komt ook bij externe scriptiebegeleiding tot stand in overleg tussen (externe) scriptiebegeleider en (interne) tweede beoordelaar. De eindverantwoordelijkheid inzake de beoordeling van scripties ligt echter te allen tijde bij de Examencommissie.
B
eoordeling
Een scriptie wordt in de regel binnen vijf weken nagekeken en beoordeeld door de docent (let op: in de zomermaanden kan een langere termijn gelden! Raadpleeg tijdig uw scriptiebegeleider). Indien de scriptie niet voldoet aan de eisen krijgt de student de gelegenheid verbeteringen aan te brengen binnen een door de begeleider en student in overleg bepaalde termijn. De student kan tegen de beoordeling van zijn scriptie in beroep gaan bij de Examencommissie. Wanneer naar het oordeel van de student geen oplossing wordt gevonden kan beroep worden aangetekend bij het College van Beroep voor de Examens van de UvA.
I
nleveren
De scriptie dient in viervoud te worden ingeleverd: twee exemplaren zijn bestemd voor de scriptiebegeleider en de tweede beoordelaar, een voor het archief van de opleiding en één exemplaar voor de bibliotheek. De auteur behoudt de rechten over de scriptie. Publicatie uit de scriptie kan alleen plaatsvinden in overleg met en na goedkeuring van de auteur.
Studiepunten
Masterscripties Geschiedenis hebben binnen de aansluitmaster een omvang van 20 EC, en binnen de onderzoeksmaster 30 EC. Masterscripties (en ook doctoraalscripties) van 20 EC dienen een omvang te hebben van 40 à 60 pagina's zuivere tekst (dus exclusief titelpagina, inhoudsopgave, noten en literatuurlijst); 30-EC scripties 60 à 80 pagina's zuivere tekst.
Nog vragen?
Voor nadere informatie over scripties: raadpleeg uw mentor. Ook is er een uitgebreide scriptieregeling op de website geschiedenis beschikbaar (
http://cf.hum.uva.nl/geschiedenis). Tenslotte is het ook mogelijk om (nu vooral nog doctoraal-) scripties in te zien. U kunt zich hiervoor wenden tot mw. L. Hesp, kamer 527, tel. 5254495,
l.m.j.b.hesp@uva.nl.