UvA homepage UvA homepage
Zoekresultaten

Bachelor Theaterwetenschap

Vol- en deeltijd - Dagonderwijs

Onderwijsinstituut
Kunst-, religie- en cultuurwetenschappen
Studielast
180
Duur
3 jaar
Voertaal
Nederlands
Vooropleidingseis
alle profielen geven toegang
De studie
Inleiding - Herprogrammering bachelors met ingang van 1 september 2012 - BA-programma Theaterwetenschap met ingang van 1 september 2012 - Doorstroommogelijkheden - Overige informatie - BA-scriptiereglement - BA-scriptiereglement - bijlage 1 - Scriptiereglement - bijlage 2 - Feedback op studieresultaten - Studeren in het buitenland - Stage - Honoursprogramma FGW - Algemene informatie over het onderwijs in de FGw

De studie

Overige informatie

Werkgroepen en seminars

Studenten kunnen altijd voorstellen doen voor werkgroepen en seminars voor het volgend studiejaar. Om voorstellen door de opleiding serieus in overweging te laten nemen, moeten studenten een zo uitgebreid mogelijk, op schrift gesteld voorstel aanbieden, ondertekend door minstens acht studenten. Deze verplichten zich daarbij in principe de werkgroep te volgen wanneer deze doorgaat.

Het praktijkonderwijs

Het praktijkonderwijs binnen de opleiding Theaterwetenschap is gericht op het koppelen van de theorie aan de praktijk van de transpositie van een narratief gegeven of tekst naar voorstelling en receptie. Het gaat niet om het maken van artistieke topproducten, maar om het onderzoeken van theoretische begrippen in de praktijk. Het praktijkonderwijs bestaat uit twee verplichte onderdelen:

  1. Het theaterpracticum in de propedeuse
  2. Van tekst naar voorstelling

Daarnaast kan de student in de keuzeruimte een stage lopen of deelnemen aan het Praktijkproject (10 EC) van de masterstudenten.

ad 1. Het Universiteitstheater biedt studenten Theaterwetenschap de kans om hun kennis te toetsen aan de praktijk. In het eerste jaar wordt in de  Inleiding in de dramaturgie ( EC) door middel van het practicum kennis gemaakt met de technische mogelijkheden van het theater en met de verschillende theaterdisciplines.

ad 2. In het tweede bachelorjaar maakt de student in 'Van tekst naar voorstelling' kennis met alle productiefases die met de te realiseren voorstelling gemoeid zijn.

Hulpwetenschappen

Door de veelomvattendheid van het object kan de theaterwetenschap gebruik maken van een groot aantal hulpwetenschappen waaraan zowel theorieën als methoden kunnen worden ontleend. Als de voornaamste hulpwetenschappen bij theaterwetenschap worden beschouwd:

  • de algemene en vergelijkende literatuurwetenschap en de studie van literatuur uit verschillende taalgebieden;
  • de kunstwetenschappen: esthetica, kunstgeschiedenis, media en cultuur, algemene cultuurwetenschap en muziekwetenschap;
  • de sociale wetenschappen: psychologie, sociologie, communicatiewetenschap, politicologie, culturele antropologie en pedagogiek;
  • de verschillende takken van de geschiedwetenschap.

Naar welke hulpdiscipline de voorkeur uitgaat, is afhankelijk van de vraagstelling van een theaterwetenschappelijk onderzoek. Bestudeert men de voorstelling vanuit een dramatheoretisch gezichtspunt dan zal men gebruik maken van de algemene en vergelijkende literatuurwetenschap. Het receptieonderzoek zal door zijn vraagstelling meer affiniteit vertonen met psychologie en sociologie. Is het theater als institutie voorwerp van onderzoek en is de vraagstelling beleidsanalytisch dan ligt het hanteren van politicologische noties en methoden voor de hand, enz.

Aandachtsgebieden binnen onderwijs en onderzoek

Het onderwijs en onderzoek binnen de leerstoelgroep Theaterwetenschap is geconcentreerd in een aantal aandachtsgebieden, die een thematische en/of methodische samenhang vertonen. Daarbij kunnen onderscheiden worden:

I. Theatergeschiedenis, vooral sociaal-historisch gericht

(i) Geschiedenis van teksten en voorstellingen in hun historische en geografische samenhang binnen een cultuur. Bijzondere aandacht krijgt daarbij de geschiedenis van de theatrale kunsten in het Nederlandstalige gebied vanaf 1650. Daarnaast vindt ook onderzoek plaats binnen de Europese theatergeschiedenis en biedt het onderwijs wisselende, specifieke clusteringen in een comparatistisch verband.

(ii) Geschiedenis van spel, regie, vormgeving en theaterbouw. Daaronder valt onderzoek en onderwijs naar de geschiedenis van de schouwburgen, van toneelgroepen, van vormgeving en decor, portretten van actrices, regie in de twintigste eeuw, enz.

II. Theater als functie en sociale institutie

Hieronder valt onderzoek en onderwijs naar de institutionele aspecten van het theater, het kunstbeleid, het sociaal-psychologisch receptieonderzoek en het historisch receptieonderzoek.

III. Theorie van teksten en voorstellingen

Hieronder vallen de zich steeds ontwikkelende analysemodellen van dramateksten en voorstellingen, systematische benaderingen van tekst en voorstelling en de transposities, die zich tussen tekst en tekst, tekst en voorstelling ook intermediaal kunnen afspelen. Voorts cultuurtheoretische en filosofische aspecten, die historische en actuele ontwikkelingen binnen het theater kunnen belichten en interpreteren.

Studieplanning

In deze gids staan de studieonderdelen zoals verzorgd door de leerstoelgroep Theaterwetenschap. De planning van het individuele curriculum vindt, behalve in de propedeuse waar de onderdelen zijn vastgelegd, plaats in overleg met de tutor. Op deze wijze kan zoveel mogelijk geïndividualiseerd 'maatwerk' tot stand komen, aansluitend bij de persoonlijke interesse van de student.

Voorlichting

Aan het eind van het propedeusejaar wordt door de opleiding Theaterwetenschap een bijeenkomst georganiseerd waarop voorlichting wordt gegeven over het vervolg van de opleiding. Op de zogenaamde werkgroepenmarkt wordt dan informatie gegeven over de verschillende werkgroepen en seminars waaruit de student in het volgende studiejaar een keuze kan maken.

Beroepsperspectieven

De studie Theaterwetenschap is geen vakopleiding en heeft ook geen directe aansluiting op de beroepspraktijk. Dit in tegenstelling tot de hogere beroepsopleidingen op het gebied van theater. De studie theaterwetenschap biedt wel perspectieven in de richting van functies waarvoor geen beroepsopleiding bestaat en die een wetenschappelijk georiënteerde opleiding vergen. Dit zijn functies als: dramaturg bij gezelschappen/media; wetenschappelijk medewerker/onderzoeker bij het hoger onderwijs; beleidsfuncties bij gezelschappen/media, overheden, culturele instellingen; toneelrecensent; docent op theaterscholen.

Veel studenten raken al tijdens hun studie actief betrokken bij de theaterwereld. Op die manier doet men ervaring op en komt men in contact met allerlei mensen die in de theaterwereld werkzaam zijn. Dit soort contacten blijkt vaak van groot belang bij het vinden van een baan. Ook een eventuele stage kan hierin een belangrijke rol spelen.

Op drie punten oriënteert de student zich op de beroepspraktijk:

  • door actieve deelname aan de producties in het Universiteitstheater;
  • door deelname aan seminars waarin een directe oriëntatie wordt geboden op de vele aspecten van de mogelijke beroepspraktijk;
  • eventueel door een stage waarbij de student voor een periode van minimaal 140 en maximaal 280 uur werkervaring opdoet.

Het Universiteitstheater

De opleiding heeft de beschikking over een eigen theater, dat tevens ten dienste staat van de hele universitaire gemeenschap. De functie van het theater is vierledig:

  1. wetenschappelijk: het theater is een laboratorium voor (empirisch) onderzoek;
  2. didactisch: het theater biedt de mogelijkheid tot kennismaking met aspecten die van belang kunnen zijn voor de toekomstige beroepsuitoefening;
  3. cultureel: in het theater verzorgt de opleiding voorstellingen die zij van belang acht voor toeschouwers van binnen en buiten de universiteit;
  4. dienstverlenend: het theater is een centrum voor de theateractiviteiten van de Universiteit van Amsterdam (b.v. CREA) en eventueel van niet in verenigingen georganiseerde toneelactiviteiten.

Als men gebruik wilt maken van het theater kunt u contact opnemen met Henk Danner ( H.E.W.M.Danner@uva.nl).

Onderwijsadministratie

Studenten van de opleidingen Algemene cultuurwetenschappen, Boekwetenschap, Kunstgeschiedenis, Muziekwetenschap, Religiestudies en Theaterwetenschap kunnen met vragen over het onderwijs en aanverwante zaken terecht bij de onderwijsadministratie op de Oude Turfmarkt 147, kamer 003b, maandag tot en met donderdag geopend van 11-15 uur. Telefoon: 020-525 4952; e-mail: info-krc-fgw@uva.nl.

Studiebegeleiding

Studieadviseur
Studieadviseur van de BA’s en MA’s Algemene cultuurwetenschappen, Boekwetenschap en Theaterwetenschap is mw.drs. W. Dropvat. Studenten met vragen en problemen over de studie, de studieplanning, de studievoortgang, vrijstellingen of stages, die niet door de onderwijsadministratie kunnen worden beantwoord, kunnen via diezelfde administratie een afspraak maken. In het geval van studievertraging ten gevolge van bijzondere familieomstandigheden, ziekte of anders dient de student zo spoedig mogelijk contact op te nemen met de studieadviseur om in aanmerking te komen voor een bijdrage uit het afstudeerfonds.
Het inloopspreekuur van mw.drs. W. Dropvat is op maandag 14.00-15.00 uur. Verder alleen op afspraak via het onderwijssecretariaat.
Adres: Oude Turfmarkt 141 (kamer 2.06), 1012 GC Amsterdam.

Studiebegeleiding
Voor alle BA studenten is er een tutoraat. Het tutoraat wordt verzorgd door docenten van de opleiding; zij helpen bij het maken van (studie)keuzes, met problemen, maar letten er ook op dat de student zo efficiënt mogelijk studeert. Indien nodig verwijst de tutor door naar de studieadviseur. De vorm van het tutoraat verschilt per opleiding.

Secretariaat leerstoelgroep

Mw. H. Bitter
Nieuwe Doelenstraat 16
1012 CP Amsterdam
Tel.: (020) 525 2287
E-mail: s.theaterwetenschap-fgw@uva.nl

Opleidingscommissie

Elke opleiding heeft een opleidingscommissie (OC), waar aangelegenheden besproken worden die het onderwijs betreffen. Zij is samengesteld uit leden van de wetenschappelijke staf en studentvertegenwoordigers, die jaarlijks gekozen worden. De OC adviseert de directeur van het onderwijsinstituut. De voorzitter van de OC Theaterwetenschap is dr. Cock Dieleman. Zie ook: http://www.student.uva.nl/fgw_oc.
Het reglement van de OC is te raadplegen op http://www.hum.uva.nl/organisatie/regelingenfac.cfm (in de lijst met trefwoorden doorklikken op “reglement opleidingscommissies”).

Examencommissie

De examencommissie van het onderwijsinstituut is belast met de regeling van de examens. Zij bestaat uit: mw.dr. M. van Rijsingen, mw.dr. E. Bergvelt, prof.dr. R. de Groot, mw.prof.dr. K. Röttger, mw.prof.dr. L. Kuitert en prof.dr. G.A. Wiegers (voorzitter).
De opleidingscoördinator van het onderwijsinstituut, mw. P. Voogt, treedt op als ambtelijk secretaris.

De bevoegdheid tot het goedkeuren van de keuze- en vrije onderdelen buiten de Faculteit der Geesteswetenschappen berust bij de examencommissie van de opleiding. Aanvraagformulieren hiervoor zijn te vinden op http://www.student.uva.nl/acw/object.cfm/objectid=D28DA849-1ED9-453A-9F1DFFB3DCDB4977.

Als een student wil afwijken van zijn studieprogramma dient daartoe een met redenen omkleed schriftelijk verzoek, vergezeld van relevante bewijsstukken, te worden gericht aan de voorzitter van de examencommissie Kunst-, religie- en cultuurwetenschappen, t.a.v. het secretariaat, Oude Turfmarkt 147, 1012 GC Amsterdam.

Studiekosten

Bij elke modulebeschrijving staat zoveel mogelijk aangegeven welke studieboeken en readers gebruikt gaan worden. Aanschafkosten staan vermeld voor zover die gegevens beschikbaar zijn. Om een indicatie van de totale kosten per jaar te krijgen is het aan te raden alle bedragen van de verplichte onderdelen voor beide semesters op te tellen.
Studenten wordt aangeraden regelmatig theatervoorstellingen te bezoeken. In sommige gevallen is theaterbezoek een verplicht onderdeel van de cursus.

Scriptie en scriptieregeling

Op het moment dat een student zijn scriptie wil gaan schrijven, benadert hij een docent ter begeleiding, of overlegt hij met zijn tutor voor een geschikte docent. Bij het schrijven van de MA-scriptie wordt een zgn. tweede lezer aangewezen, wiens functie vooral bestaat uit het geven van commentaar op de uiteindelijke beoordeling door de begeleider, maar die in voorkomende gevallen ook vraagbaak of tussenpersoon kan zijn.

Buluitreikingen

Elke opleiding heeft een aantal malen per jaar een buluitreiking. De wijze waarop de uitreiking gebeurt varieert per opleiding en per soort bul; sommige uitreikingen zijn individueel, andere gebeuren in kleine groepen. Het examen moet worden aangevraagd bij het onderwijssecretariaat.

Studievereniging

Nieuwe Doelen is de studievereniging voor studenten Theaterwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. Nieuwe Doelen probeert het studieprogramma te verrijken door het organiseren van diverse activiteiten. Dat begint met het introductiekamp voor de nieuwe studenten eind augustus. Daarnaast is er regelmatig een borrel, die samen met studievereniging Ragtime van Muziekwetenschap wordt georganiseerd. Ook zijn er themafeesten en Open Podia (in samenwerking met Ragtime). Verder biedt de studievereniging een reader met voorbeeldtentamens, workshops en lezingen aan en worden voorstellingen bezocht tegen gereduceerd tarief en een voor- of nabespreking. Het streven is om elk jaar een excursie naar het buitenland te organiseren. Nieuwe Doelen is te vinden in kamer 307 van de Nieuwe Doelenstraat 16. 

Bibliotheken

Bibliotheek Theaterwetenschap
Singel 425, 1012 WP Amsterdam. Telefoon (020) 525 2292
Openingstijden: maandag tot en met vrijdag van 9.30-18.00 uur.
Zie ook: http://www.uba.uva.nl/gw/vakgebied_theaterwetenschap.cfm.

Theater Instituut Nederland
Sarphatistraat 53, 1018 EW Amsterdam. Telefoon (020) 5513300; fax (020) 5513303
Het lidmaatschap van het Theater Instituut bedraagt € 22,-- per jaar. Studenten en houders van CJP betalen € 17,--. Het lidmaatschap biedt:
* gratis toegang tot de bibliotheek en bijzondere collecties;
* gratis uitleen van boeken, teksten en geluidscassettes;
* gratis toegang tot tentoonstellingen in het Theatermuseum;
* gratis toezending van de Nieuwsbrief (verschijnt 9x per jaar);
* korting op toegangsprijs van evenementen.
Openingstijden Theaterbibliotheek: dinsdag tot en met vrijdag 11.00-17.00 uur, zaterdag 13.00-17.00 uur. Bijzondere collecties: op afspraak.
Zie ook: http://www.tin.nl/.

Bibliotheek Theaterschool 
Theaterschool, Jodenbreestraat 3, tel. (020) 5277630 
Openingstijden: dinsdag en donderdag 12.00-18.00 uur, vrijdag 12.00-17.00 uur. Zie ook: http://www.ahk.nl/theaterschool/de-theaterschool/bibliotheek/