Vol- en deeltijd - Dagonderwijs
studieschema bachelor Nederlandse taal en cultuur
Jaar 1
Studenten die voor studiejaar 2010-2011 het vak Onderzoeksvaardigheden (Nederlandse taal en cultuur) hebben afgerond maar niet het vak Inleiding Nederlandse taalkunde (5 EC) hebben behaald dienen voor het behalen van de propedeuse dit vak te doen in het eerste semester uit het programma van de bachelor Taal en communicatie. Het vak Nederlandse taalkunde: een inleiding, kan niet als vervanging dienen.
Jaar 2
Jaar 3
* In de bachelor zijn 30 EC keuzevakken en een minor van 30 EC verplicht. Waar in het bovenstaande schema 'minorvak' staat kan ook een 'keuzevak' gevolgd worden en omgekeerd. Het is raadzaam de minor in een vroeg stadium van de studie, dat wil zeggen aan het eind van het propedeusejaar, te plannen. Houdt hierbij rekening met: - eventuele volgorde-eisen binnen de minor, - een eventueel studieverblijf in het buitenland en - de voorbereiding op een eventuele master. Voor meer informatie over de minor -en keuzeruimte zie: 'Minor/keuzeruimte'. ** In het 3e jaar, semester 1 of 2, volgen alle studenten een verplichte scriptiewerkgroep met specialisatie naar keuze: Nederlandse taalkunde en Nederlands als Tweede Taal, Letterkunde of Taalbeheersing. Studenten die de scriptie op het gebied van de Taalbeheersing willen schrijven dienen gedurende de studie tien lezingen te volgen die door de leerstoelgroep Taalbeheersing, argumentatietheorie en retorica georganiseerd worden op vrijdagmiddagen.
*** Voor studenten die voor 1 september 2010 zijn begonnen met de propedeuse Nederlandse taal en cultuur en die het vak Inleiding Nederlandse taalkunde nog niet hebben afgerond maar wel het vak Onderzoeksvaardigheden behaald hebben voor 1 september 2010 geldt dat zij het vak Inleiding Nederlandse taalkunde (5 EC) volgen, dat wordt aangeboden voor studenten Taal en communicatie en Taalwetenschappen in het eerste semester. Het vak Nederlandse taalkunde: inleiding geldt niet als vervanging voor het vak Inleiding Nederlandse taalkunde.