UvA homepage UvA homepage
Zoekresultaten

Bachelor Nederlandse taal en cultuur

Vol- en deeltijd - Dagonderwijs

Onderwijsinstituut
Neerlandistiek
Studielast
180
Duur
3-5 jaar
Voertaal
Nederlands
Inlichtingen
Onderwijssecretariaat Neerlandistiek
Spuistraat 134,
020 5254563
Vooropleidingseis
alle profielen geven toegang
De studie
Studieschema
Inleiding - Bachelorfase - Programma - Minor/keuzeruimte - Oriëntatie op het leraarschap - Stage - Honoursprogramma Neerlandistiek - Bachelorscriptie - Eindtermen - Inschrijving voor de colleges - Deeltijdopleiding - Masters - Inleiding onderwijsinstituut - Informatievoorziening - Studiebegeleiding - Examencommissie - Opleidingscommissie - Studieverenigingen - Excursies - Verblijf in het buitenland - Algemene informatie over het onderwijs in de FGw

De studie

Inleiding

De bachelor Nederlandse taal en cultuur rust op drie pijlers die tezamen de Neerlandistiek vormen: letterkunde, taalkunde en taalbeheersing. Omdat je op elk van deze vakgebieden verplicht een gedegen inleiding en een verdiepende cursus krijgt, heb je na de studie een goed overzicht van het wetenschappelijk onderzoek in de geesteswetenschappen.

Historische Nederlandse letterkunde laat de student zien hoe cultuur en literatuur uit het verleden voortleven in onze eigen tijd, hoe bronnen kunnen worden opgespoord, hoe teksten opnieuw kunnen worden uitgegeven, hoe de functie en betekenis van literaire teksten in hun sociaal-culturele context kunnen worden bestudeerd, kortom, hoe eeuwenoud cultuurgoed dat nog steeds betekenis heeft, levend blijft. Tijdens de colleges wordt aandacht geschonken aan theoretisch en praktisch wetenschappelijk onderzoek in de specialismen Middeleeuwen, Renaissance en Verlichting.

Moderne Nederlandse letterkunde laat de student kennis maken met wetenschappelijk onderzoek naar literaire teksten, literaire stromingen en literaire instituties uit de 19e en 20e eeuw. Verder ontwikkelen de studenten praktische vaardigheden in het analyseren van proza en poëzie en het reconstrueren van opvattingen over literatuur, bijvoorbeeld van schrijvers of instituties als literatuurkritiek. Tijdens de studie komen drie onderdelen uitgebreid aan de orde: 1) tekstinterpretatie; 2) literatuurgeschiedenis; 3) institutionele analyse - die elk een theoretische en een praktische component bevatten. Beide componenten worden op een dusdanige wijze behandeld dat de student zijn aangeleerde methodische kennis en praktische vaardigheden ook kan inzetten in een beroepspraktijk van een niet specifiek culturele aard.

Nederlandse taalkunde bestudeert de structuur van het Nederlands. We bestuderen het hedendaags Nederlands, waarbij vergelijking met andere talen, of vergelijking met andere dialecten ons inzicht kunnen bieden in de taalverschijnselen. Ook historische variatie en de vraag naar het ontstaan van taalverandering speelt een belangrijke rol in de colleges. We laten zien dat er allerlei interessante relaties liggen tussen taalverandering en het leren van taal (zowel door oudere als jongere taalleerders).

Taalbeheersing, argumentatietheorie en retorica leert de student onderzoeken hoe mensen taal gebruiken om anderen ergens over te informeren, te overtuigen of te overreden. Er worden een aantal prominente wetenschappelijke theorieën over taalgebruik bestudeerd, waarin men onderzoekt waarom mensen elkaar in het dagelijkse taalgebruik kunnen begrijpen, en theorieën over argumentatie, waarin wordt onderzocht wat een betoog tot een goed of een slecht betoog maakt. Studenten leren de opgedane wetenschappelijke inzichten toe te passen in de dagelijkse praktijk van het schrijven van informatieve en betogende teksten en van het analyseren en beoordelen van de kwaliteit daarvan.