Leerdoelen
Aan het einde van module heeft de student kennis van, inzicht in en/of vaardigheden verworven m.b.t:
Voor het thema medische registraties:
- Doel, opzet en organisatie van medische registraties in de gezondheidszorg;
- Benchmarking: Indicatoren, Benchmark en case-mix correctie;
- Medical Record Linkage van databestanden in de zorg;
- Wet- en regelgeving ten aanzien van het registreren van medische gegevens;
- Organisatiekunde algemeen en specifiek voor medische registraties;
- Kwaliteitsmanagement systemen ISO 9001 m.b.t het beheer van medische registraties;
- Evaluatie methoden.
Voor het thema terminologiesystemen en classificaties:
- Medische terminologiesystemen en classificaties;
- Structuur, domein en praktische toepassing van terminologiesystemen en classificaties met voorbeelden uit de praktijk b.v. DBC’s ten behoeve van financiering gezondheidszorg en Diagnostische classificaties in de geestelijk gezondheidszorg;
- Formalismen voor het representeren van kennis in terminologie systemen en classificaties;
- Kennis van basisbegrippen Natural Language Processing.
Ten aanzien van de leerlijn academische vaardigheden is de student aan het einde van de module:
- In staat zelfstandig een wetenschappelijke review te schrijven;
- In staat presentatietechnieken toe te passen in eigen presentatie gericht op een goede balans tussen vorm en inhoud.
Inlichtingen
Inhoud
Deze module is na module 1.1 en 1.4 de derde in de reeks zorginformatie modules. In deze module staan registraties en classificaties centraal. De module start met de opzet, organisatie en het doel van medische registraties. Verschillende registraties op lokaal, nationaal en internationaal niveau zullen worden besproken. Aanzienlijke aandacht zal worden besteed aan medisch informatiekundige methoden en technieken die het mogelijk maken om de grote hoeveelheid gegevens uit de registraties te verzamelen, analyseren en om te zetten in informatie ten behoeve van management, onderzoek en de kwaliteitsmeting van het dagelijkse zorgproces. Hierbij kan worden gedacht aan methoden voor (1) het bepalen welke variabelen in een registratie opgezet moeten worden inclusief de keuze voor terminologiesystemen hierbinnen, (2) het optimaliseren van de kwaliteit van medische gegevens (in registraties), (3) Medical Record Linkage voor het koppelen van eenzelfde entiteit binnen een registratie of tussen verschillende registraties en (4) benchmarking of andere methodieken ten behoeve van het vergelijken van zorguitkomsten, inclusief de hierbij behorende case-mix correctie. Daarnaast krijgt de student onderwijs in organisatiekunde, kwaliteitsmanagement systemen en in evaluatietechnieken van medische registraties.
Registraties/informatiesystemen kunnen gevoelige informatie bevatten. Wet- en regelgeving (WGBO, WBP, BIG, WBO, kwaliteitswet zorginstellingen) ten aanzien van het opslaan, verwerken en gebruiken van de gegevens zullen uitvoerig in deze module behandeld worden. De wetgeving waarborgt de privacy van patiënten en de toegang van patiënten tot hun eigen gegevens. Voor de organisatie van een medische registratie is het noodzakelijk meer basiskennis te krijgen over organisatiekunde algemeen en ten behoeve van registraties in het bijzonder.
De meerwaarde van gegevens in registraties/informatiesystemen wordt groter naar mate de gegevens gestructureerd en eenduidig gedefinieerd zijn. "Terminologiesystemen" spelen hier een belangrijke rol in. Terminologiesysteem als overkoepelde term voor classificatie, vocabulaire, nomenclatuur en thesaurus zal worden toegelicht. De meerwaarde maar ook de problemen bij het gebruik van terminologiesystemen in registraties zullen worden behandeld. Naast voorbeelden van enkele veel gebruikte terminologiesystemen zoals de ICD, SNOMED CT, DSM wordt aandacht besteed aan verschillende formalismen voor het structureren van de kennis in het terminologiesysteem en de implicaties hiervan op het gebruik en het onderhoud van de terminologiesystemen. De relatie tussen terminologiesystemen en classificaties ten behoeve van de financiering van de gezondheidszorg zoals DRGs en DBCs zal worden behandeld. Tijdens de module zullen opdrachten er voor zorgen dat de verschillende thema’s uitgediept en geïntegreerd worden.
Aanmelden
Studenten die staan ingeschreven voor het tweede studiejaar zijn automatisch aangemeld voor de module en het aansluitende tentamen.
Recidivisten (herkansing) dienen zich voor het tentamen aan te melden via SIS:
https://www.sis.uva.nl.
Onderwijsvorm
Het onderwijs uit de module wordt gegeven in hoorcolleges, werkcolleges, werkgroepen en practica.
Onderwijstijden
Zie voor de onderwijstijden het actuele rooster op
http://rooster.uva.nl.
Studiemateriaal
Verplichte studiestof:
- studiestof
- hand-outs van de in colleges gebruikte sheets
De studiestof bestaat uit een aantal wetenschappelijke artikelen en hoofdstukken uit boeken. De wetenschappelijke artikelen zijn verdiepend en gekoppeld aan de verschillende hoorcolleges. Deze verplichte studiestof staat per onderwerp aan het begin van de module op Blackboard. Om de studenten te begeleiden in het bestuderen van deze studiestof heeft iedere docent voor zijn of haar gedeelte een leeswijzer opgesteld. Verder is voor ieder onderwerp aangegeven welke begrippen na het lezen van de studiestof door de student begrepen en toegepast moeten kunnen worden en wat terug komt in de toets of in een opdracht.
Per werkcollege en opdracht zijn aanvullende artikelen gekozen die een theoretische verdieping geven en/of de informatiekundige toepassing daarvan in de Nederlandse zorgpraktijk belichten. De wetenschappelijke artikelen zijn verplichte studiestof en dienen voor het tentamen te worden bestudeerd. De artikelen gebruikt tijdens de practica en werkcolleges vormen (indien deze niet zijn genoemd bij de verplichte stof) geen verplichte leerstof.
Toetsvorm
Academische vaardigheden (mondelinge presentatie en schriftelijke vaardigheden) zullen worden beoordeeld in opdrachten tijdens de module. Het theoretisch deel zal getoetst worden in de vorm van een schriftelijk tentamen op de laatste dag van de module.
|
|
|
Toets
|
Opdrachten
|
| Toetsvorm
|
schriftelijk
|
schriftelijk en mondeling
|
| Aantal vragen
|
24 vragen van verschillende docenten
|
5 opdrachten (met per opdracht 1 cijfer)
Opdrachten worden door een of meerdere docenten beoordeeld
|
| Aantal te behalen punten
|
100-105 punten
|
|
| Beoordeling
|
Bij 5,5 voldoende
|
minimaal een 5,5 per opdracht
|
| Weging
|
60% eindcijfer
|
40% eindcijfer
|
| Duur toets
|
180 min.
|
|
| Periode toets
|
aan het einde van de module
|
tijdens de module
|
| Periode herkansing
|
zie herkansingsrooster op Blackboard
|
in overleg met de coördinator
|
|
|
De eindbeoordeling van de module registratie en classificatie vindt plaats via:
- Opdrachten (individueel/groepsopdrachten) (40%)
- Eindtoets (60%)
Het cijfer voor de toets telt voor 60% mee en voor de opdrachten 40%. Er zijn 5 opdrachten waarvan de individuele opdracht “Review” voor 50% het opdracht cijfer bepaald en de rest van de groepsopdrachten gemiddeld de andere 50%.
Impliciet komen de academische vaardigheden bij elke opdracht aan de orde. De beoordeling van de academische vaardigheid "schrijven" in deze module gebeurt expliciet binnen de opdracht “Review”. Daarin wordt het schrijven van een individueel reviewpaper beoordeeld. Het review wordt op basis van vorm en inhoud beoordeeld en dient met een voldoende (5,5 of hoger) te worden afgesloten. Het systematic review bepaald uiteindelijk 20% van het eindcijfer. Opdracht “Registratie” wordt mondeling gepresenteerd en individueel beoordeeld qua presentatietechnieken.
Er is geen bonuspuntregeling.
Voor het behalen van de module dient per opdracht minimaal een 5,5 worden gehaald. Voor de eindtoets geldt ook een minimale eis van een 5,5. Indien niet aan de taakgroep en/of prakticum verplichting is voldaan dient een vervangende opdracht met een voldoende te worden afgerond. De herkansing van de toets is volgens de normale procedures van herkansing.
Toetsdata
De toets wordt afgenomen aan het eind van de module, zie Blackboard voor het tentamenrooster.
Bijzonderheden
Het bijwonen van en actief participeren in de taakgroepen en practica is verplicht en het bijwonen van de hoor- en werkcolleges wordt essentieel geacht om de diverse opdrachten te kunnen uitwerken. Van de studenten wordt een hoge mate van zelfstandigheid verwacht in het bestuderen van de studiestof en het uitwerken van de opdrachten.
|